Tuesday, 30 April 2013

Kroning, april 2013



Sinds gisteren weet ik dat ik BVN kan ontvangen in Zwitserland. En dus zit ik vandaag naar kanaal 476 (!) te kijken. Geniale tv, vooral op de momenten dat er eigenlijk niets gebeurd.
Van dat eindeloze geneuzel van gasten die aankomen en verslaggevers die het land in  trekken om te kijken 'hoe het leeft'  en niet in het land, maar vanzelfsprekend in 'de rest van het land'. Op het moment kijk ik naar een mevrouw die kaneelstokken en boterballetjes gaat verkopen in Appingedam. Zelfs daar moet je er trouwens vroeg bij zijn voor een goed plekje. De mevrouw stond om vijf uur naast haar bed.
Terug naar de studio, waar een of andere braverd de tweets bijhoudt. Sinds gisteravond staat de teller op bijna 4600, meldt hij verheugd, waarna de meest onbebullige berichtjes in beeld verschijnen. Zoals dat van #joost die door het koude voorjaar zijn tulpen van het merk 'orange emperor' precies vandaag in bloei heeft. De schat.
Even over naar het centraal station, waar een woordvoerster van de NS even moet komen uitleggen, waarom er geen kip met de trein komt. Ze kunnen 35.000 reizigers per uur aan. Alleen zitten die hoogstwaarschijnlijk thuis voor de buis. Ach gut. Hopenlijk komt iedereen vanmiddag alsnog.
9.58. De ministers staan een beetje te geiten in de Vroedschapszaal in het Paleis op de Dam. Er hangt een schoolreisjesachtige sfeer. De zakjes chips gaan nog net niet open, maar er wordt wel iets te hard gelachen.
Dan komt Beatrix binnen en verandert de sfeer op slag. Mooi moment: als Beatrix iedereen binnen welkom heet, wordt ze bijna overstemd door het gejuich van buiten van de duizenden mensen die de gebeurtenissen live op gigantische schermen kunnen volgen.
En dan ben ik toch ineens ook ontroerd. Wat lijken ze op elkaar, moeder en zoon. En wat knijpt ze lief  in zijn hand. Even later zijn we terug op aarde in het studiootje op de Dam met Rob Trip en Astrid Kersseboom en twee historica. De koningin heeft een kwartiertje vrij om even met de prinsesjes te dollen en dus moet de tijd worden volgepraat. We vergelijken vaandels, praten na over het zetten van de handtekeningen, we kijken er - nog net niet in slow motion, maar wel vanuit een ander camera standpunt - nog eens naar. En nog eens en  - jawel - nog eens. 
Gelukkig is het dan tijd voor de balkonscene. Een zwaar ontroerde prinses Beatrix stelt het volk koning Willem-Alexander voor. Ze komt amper boven het 'Bea bedankt'' uit, maar dat geeft niet. Dit is voor mij het mooiste moment van de dag. Beatrix die zwaait en lacht en nog maar eens zwaait en bijna huilt en een dikke zoen krijgt van haar Alexander. De schouders kunnen naar beneden. Het zit erop.
Ook voor mij. Voorlopig tenminste. Ik heb nooit heimwee, maar vandaag wil ik naar Nederland. Gewoon omdat de zon schijnt en er geschiedenis wordt geschreven. Lekker met de kinderen op een kleedje ouwe troep verkopen. Lachen om een malloot in een driedelig oranje pak, of een anders keurige mevrouw met twee wollen oranje vlechten en een kroontje op. Biertje en een dozijn bitterballen erbij. Hemels!
Ik kon hier in Zwitserland ook naar een Nederlands feest. Maar dat is het, wat mij betreft toch net niet. Misschien is het ook wel omdat ik al zo lang geen koninginnedag heb gevierd, dat de namaak oranjefeesten in het buitenland me steeds minder aanspreken. De hele avond, zit ik daarom wederom aan de beeldbuis gekluisterd. Ben precies op tijd voor de vaartocht over 't IJ.
De koeienboot van boer Henk, de Jostibandboot en een nogal klunzig platform met wedstrijdschaatsers erop daargelaten, was 't een fijn spektakel. Opera, film, sport en ballet komen mooi in beeld. Armin van Buuren en het Concertgebouw Orkest doen het leuk samen en het koningslied slaat ineens ergens op, nu er een echte koning kan worden toegezongen. Rapper Ali B. en de koning wisselen zowaar een paar prachtige blikken uit. Ali's: 'Een echte koning, herken je ook zonder kroon', valt bij Willem-Alexander in goeie aarde. En ik vind 't ineens heel bijzonder om Nederlands te zijn. Heb kippenvel. Lang leve de koning, dus maar.

Monday, 29 April 2013

Alpentulp, april 2013


Oranje T-shirts, oranje moorkoppen en een dochter met een grote grijns en een blauwe tong. En dat allemaal gewoon hier in Zwitserland. Daar stond De Alpentulp vandaag uitgebreid stil bij de op handen zijnde kroning.

Sinds we hier in Zwitserland wonen, zijn we - of liever ik - verlost van het Nederlandse taalthuisonderwijs. Aan de internationale school hier is een heus Nederlands schooltje verbonden. Een keer in de week gaan de kinderen dus na school nog anderhalf uur naar Nederlandse les op De Alpentulp.
Niet omdat ze dat nou direct zo leuk vinden, of er zelfs maar de zin van inzien, maar omdat het moet. Ik heb altijd gewild dat mijn zoon en dochter hun moedertaal niet alleen kunnen spreken, maar ook lezen en schrijven. Een heel gevecht was het af en toe, om ze naast het reguliere huiswerk van school ook nog Nederlandse opgaven te laten maken.
De frisse tegenzin werd er in de regel ook beslist niet minder op bij spellingsvraagstukken als 'keizer' met een korte of een lange 'ij', of 'pauw' met 'au' of 'ou'. Om te beginnen wisten de kinderen al vaak niet eens wat de betreffende woorden eigenlijk betekenden, laat staan dat ze enig idee hadden, hoe ze ze zouden moeten spellen. Gokken deden ze met akelige precisie. Honderd procent van de tijd fout.
De ontdekking van De Alpentulp heeft ons leven beslist leuker gemaakt. Gedeelde smart is immers have smart. Nu er andere Nederlandse kinderen zijn, die zich, net als mijn twee, zuchtend naar de naschoolse lessen slepen, is het bijna leuk.
De oudste duikelde zelfs een erg leuk vriendje op tijdens de Nederlandse lessen. Een jongetje dat in de buurt op een Zwitserse school zit en van z'n ouders ook z'n Nederlands moet bijhouden. Mijn meisje heeft steeds minder last van de geheel psychosomatische maandagmiddagbuikpijn,  nu er sinds kort een paar erg leuke meisjes bij de Nederlandse lessen zijn aangeschoven.
En vandaag was het op De Alpentulp zomaar ineens feest! Het schoolbestuur had een Zwitserse bakker bereid gevonden om prachtige oranje moorkoppen te bakken. Die mochten de kinderen vervolgens zelf ook nog eens versieren met smarties en gekleurde hagelslag. Leukste onderdeel: kijken of je je tong rood, dan wel blauw kan maken met marsepijn. En of je dat er dan vervolgens met ranja weer af kan spoelen. Ook fijn: je eigen oranje kroon maken met prinses Kim, of prinses Julia erop. En natuurlijk laten zien dat je het dansje van 'Bewegen is gezond' uit je hoofd kent.
Het is trouwens een hele opluchting dat de kinderen, na de stortvloed aan publiciteit en de geheel oranje gekleurde uitzendingen van het jeugsjournaal eindelijk helder in beeld hebben wie koningin Beatrix en Prins/Koning Willem-Alexander zijn. Ook Maxima, Amalia, Alexia en Ariane zijn min of meer op hun plaats gevallen.
Hoewel we in het buitenland, en zeker in Engeland, altijd koniginnedag hebben gevierd, woonde 'onze koningin' toch jarenlang in Londen. Daar hielp geen oranje t-shirt, spelletjescircuit of namaak vrijmarkt wat aan. Gelukkig hebben we dat op de valreep voor ons vertrek naar Nederland nog even recht getrokken. Nu moeten we ze misschien ook nog even leren fietsen en ze vertellen dat - hoewel de kerstman al jaren geleden van zijn voetstuk is gevallen - sinterklaas ook echt niet bestaat.

Wednesday, 24 April 2013

Wildnis Park Zurich, april 2013




In elk nieuw buitenland maken we dezelfde fout. Aangespoord door reisgidsen en allerhande foldermateriaal, doorkruisen we alle windstreken. Bezienswaardigheden dicht bij huis laten we echter vaak links liggen.

Zo woonden we drie jaar in Bologna, zonder dat we het historische anatomische laboratorium van de universtiteit bezochten. Man W. en ik zagen het onlangs op televisie en keken onze ogen uit. We misten ook het Morandi museum, de beroemde schilderijen van schilder     Morandi kennen we alleen van de overal verkrijgbare ansischtkaarten. Parma, hoewel maar een halfuurtje rijden van Bologna, misten we ook, evenals het volgens de overleveringen zeer charmante Mantova. De rest van Italie hebben we vanzelsprekend wel gezien.
Een ezel stoot zich in het algemeen niet twee keer aan dezelfde steen gaat voor ons helaas niet op, want tijdens de drie jaar dat we in Manchester woonden, maakten we eerder al precies dezelfde fout. We leerden er het Lake District op ons duimpje kennen en ook Cornwall, Devon, de Yorkshire Dales en Moors, Northumberland en Kent, maar in Manchester zelf kwamen we nooit verder dan het winkelcentrum en de pub. Hoe mooi de kathedraal is, of hoe interessant het Lowry Museum, weten we alleen uit verhalen van bezoekers, die zich wel vol overgave op de plaatselijke bezienswaardigheden stortten.
In Zwitserland pakken we het deze keer wel anders aan. Kunsthaus Zurich? Afgevinkt. Alte Landesmuseum Zurich? afgevinkt. Glas-in-loodramen van Chagall in kerk Zurich? Afgevinkt. Perfect.
Als we gaan wandelen, hebben we echter ook hier de neiging om eerst een uur of zo te rijden, tot we bij een echt interessante berg zijn. Liefst eentje waar we met een flinke gondel omhoog kunnen, om , eenmaal boven, eens lekker in de rondte te stappen. Nu er tot zo ver in het voorjaar overal nog bakken met sneeuw ligt, werkt die strategie echter niet. En dus vonden we onszelf afgelopen zondagmorgen in alle vroegte aan de poorten van Wildnispark Zurich, op steenworp afstand van ons huis.
Even een frisse neus halen, zo was het idee, dan konden we de rest van de zondag ongeneergd op de bank hangen. Eenmaal het bos in, vielen we van de ene verbazing in de andere. We zagen wolven vrij ronddwalen door hun wolvenpark en beren, een prachtig rood vosje, een soort elanden, verschillende soorten herten, everzwijnen en steenbokken. De dieren zitten niet in hokken, maar hebben grote stukken bos tot hun beschikking, waardoor het nog een hele sport was, om ze te zien. Gelukkig staan er op strategische plekken uitkijkposten opgesteld.
Helemaal opgetogen kwamen we uren later thuis.. Zo leuk kan een uitstapje naar iets om de hoek dus zijn. Nu maar hopen dat we dat gevoel vasthouden als we straks weer in Nederland zijn. Dat we straks de Bussumse hei eens goed gaan verkennen, of een tochtje gaan maken over het Veluwemeer. Dat we de tijd vinden om het heropende Rijksmuseum met een bezoekje te vereren en ook het prachtige scheepvaartmuseum, of het paleis op de dam.
Alhoewel, misschien moeten we in Nederland juist eerst eens wat verder weg en de kinderen
Friesland, Drenthe en Zuid-Limburg laten zien.  Het op-vakantie-in-eigen-land kunnen we natuurlijk in Nederland net zo goed toepassen, als in Engeland, Italie en Zwitserland. Meteen maar even een reisgids aanschaffen.

Monday, 22 April 2013

Huizenjacht (2), Oktober 2005



Uit de archieven! In de hersfstvakantie van 2005 waren mijn oudste zoon (toen 4) en ik in Engeland om een huis (en een lagere school) uit te zoeken. We gingen voor het eerst in het buitenland wonen.

Omringd door vertegenwoordigers en andere zakenlui, doen mijn zoon K. en ik ons ’s ochtends vroeg in het Quality Hotel in Bowdon – een welvarende buitenwijk van Manchester - tegoed aan een echt Engels ontbijt. K's favoriete maal bestaat uit een bakje chocopops, gevolgd door witte bonen in tomatensaus op toast. Ik houd het bij een gebakken ei met bacon en een kop sterke thee met veel melk.
Om negen uur stuift onze ‘relocationmanager’, Debbie, de lobby binnen. We zijn een weekje over, om een huis te zoeken en hebben een druk programma.
Debbie heeft tien huizen op haar lijstje staan. Bij elk leegstaand onderkomen, worden we opgewacht door een nieuw, voorbeeldig opgemaakt en gekapt, meisje. Engelse makelaars, zo wordt me duidelijk, verlagen zich niet tot zoiets banaals als de bezichtiging van een huis; daar hebben ze hun assistentes voor.
Die blijken, in bijna de helft van de gevallen niet de goede, of op zijn minst niet alle sleutels bij zich te hebben. De tuin bewonderen we daarom meestal door het keukenraam.
Vragen staat vrij, maar verwacht alsjeblieft geen antwoord. Gewenste informatie over bijvoorbeeld de boiler, het schilderwerk, of de afgetrapte vloerbedekking kunnen de dames niet geven. Maar ze schrijven alles ijverig op. Ook Debbie noteert dat ze overal achteraan moet bellen.
De rondleiding begint steevast in de garage, of beter nog: in de ‘dubbele garage’. Wat een zee aan ruimte, grijnzen de meisjes me elke keer toe. En nergens een auto te bekennen!
Garages, zo begrijp ik, zijn er vooral om spullen in op te slaan. En hoe meer woningen ik bezichtig, hoe beter ik begrijp dat je in een Engels huis niet kan wonen, zonder een ruim bemeten, inpandig opberghok. Want hoewel veel woningen maar liefst twee ontvangstkamers, een hal en een ‘charmante’ eetkamer hebben, beslaat geen van die ruimtes in de praktijk meer dan, pak ‘m beet, zes vierkante meter.
Het is al passen en meten om ergens een bankstel, een boekenkast, of een eettafel neer te zetten. Laat staan dat er nog ruimte is voor een paar dozen lego, een konijnenhok of een ’s zondags servies. Dergelijke zaken verdwijnen dus in de garage.
Boven is er overigens evenmin veel plaats, want daar wordt elke vierkante centimeter benut, om zoveel mogelijk slaapkamers te realiseren. In Engeland geldt nog steeds: hoe meer ‘bedrooms’, hoe hoger de waarde van je huis. Dat  sommige slaapkamers zo klein zijn dat er nauwelijks een bed in past, doet daar klaarblijkelijk weinig aan af.
Halverwege de ochtend zakt de moed me in de schoenen. Hoe enthousiast relocationmanager Debbie ook is, de huizen die we zien lijken in mijn Nederlandse ogen eigenlijk nergens op. Waar wij houden van grote, open, lichte ruimtes, gaan Engelsen, zo constateer ik, vooral voor aparte hokjes.
Ze hebben een hokje voor de wasmachine, een hokje voor het kinderspeelgoed, een hokje voor de eettafel en een hokje voor de tv. Ik doe m’n best om positief te blijven, maar krijg het steeds benauwder in die wirwar van kleine kamertjes.
Totdat ik de oprijlaan van 47 Moss Lane op draai. Het mooie, oude herenhuis blijkt zowaar over een riante zitkamer, vijf (!) enorme slaapkamers en een comfortabele woonkeuken te beschikken. In plaats van een garage, heeft dit paleisje maar liefst vier kelders. Daar kunnen we jaren spullen in opslaan, zonder de noodzaak om elke zes maanden met een volle auto naar te milieustraat te moeten rijden.
Ok, er is – volgens goed Engels gebruik – geen wc op de begane grond en het waait er binnen bijna net zo hard als buiten, maar ik ben de koning te rijk. Met een paar warme truien en een potje in de keuken voor nood, zullen we het hier best redden.


Thursday, 18 April 2013

Stunten, april 2013



Zurich heeft een gloednieuw skatepark en mijn zoon kan heel charmant zijn. Twee zaken die afgelopen middag resulteerde in de aanschaf van een stuntstep. Een wat? Een stuntstep.

Het voertuig lijkt erg op de kleine, lichte, metalen stepjes die een paar jaar geleden ineens in de mode raakten en waar je zelfs volwassenen op zag rondzwieren, op weg naar het postkantoor. De stuntstep is wat robuuster uitgevoerd, beschikt over een rem en een extra breed stuur. Bovendien is hij geheel bedekt in zwart met rode doodskoppen, waardoor ie vanzelf al harder gaat.
Mijn zoon weet bij thuiskomst niet hoe snel hij de felbegeerde step uit de doos moet rukken. Als een bezetene schroeft hij de stuurstang en het stuur vast, roept nog iets onduidelijks over 'in het dorp' en verdwijnt met een kort 'tot straks' uit het zicht. Ik wil nog iets verstandigs roepen over een helm, maar hij is al weg.
Tomaatrood, bezweet, maar intens gelukkig is hij een uurtje later terug. 'Ik kan al allerlei stunts, mam', meldt hij opgewekt. Waarna een lang relaas volgt, waarin de woorden 'bunny hop' en 'tail whip' veelvuldig voorkomen. Ik snap er weinig van, maar dat geeft niets. Zolang ik maar op de juiste momenten 'oh' en 'jeetje' zeg, ontgaat hem dat volledig. Bovendien weten z'n vrienden op school precies hoe het allemaal werkt en hun commentaar is natuurlijk veel interessanter dan dat van z'n moeder.
Het was een prijzig stepje en dat heeft mijn zoon ook gezien, dus hij voelt wel dat er iets tegenover moet staan. Eerst biedt hij me aan mee te betalen, om er in dezelfde adem aan toe te voegen, dat hij blut is. Dan stel ik voor dat de step zijn traditionele einde-schooljaar-en-goed-rapport-cadeau kan zijn en dat vindt hij een briljant idee. ,,Dus jij weet al dat ik een goed rapport krijg''. Ai, met nog 2,5 maand school te gaan, is het natuurlijk niet erg handig om nu al met cadeaus te strooien.
Fijn is het overigens wel, dat mijn zoon de rest van de dag poeslief is. Of hij me ergens mee kan helpen vraagt hij tussen twee stepsessies in. Dat is nieuw. Ook pakt hij zonder morren de vaatwasser uit en gaat hij zonder protest onder de douche waar hij zelfs z'n haar wast.
Hoe lang, zo vraag ik me af, zal de nieuwe step, deze plezierige bijwerkingen houden. En als deze nou een tijdje aanhouden, zal ik er dan ook nog een paar nieuwe voetbalschoenen tegenaan gooien? Als extra stok achter de deur? Waarom ook niet. Heb ik zelf een paar weken opvoedvakantie. Iedereen blij.

Tuesday, 16 April 2013

Badpak, april 2013


Nu het ineens 24 graden is, kan ik de aanschaf van een nieuw badpak niet langer uitstellen. Zeker sinds ik twee weken geleden het oude model weer eens heb aan gehad. Het bleek zo uitgelubberd, dat ik er met gemak twee keer inpaste.

Hoewel ik niet heel ijdel ben, voelde ik me in het rondzwabberende pak toch niet echt senang. En kleurecht was het kledingstuk na drie jaar chloor en zeewater, ook niet meer. Maar een nieuw badpak aanschaffen, staat me dusdanig tegen, dat ik het net zolang voor me uitschuif, tot, zoals nu, de nood aan de man is.
Eigenlijk zou ik even naar Nederland moeten afreizen, want daar kan ik vaak nog wel ergens iets vinden. In ieder geval begrijp ik de maatvoering en bevalt het aanbod me daar vaak ook nog wel. Mijn huidige zwempak griste ik, drie jaar geleden, bij de Hunkemoller van het rek. Het paste en de kleur was toen nog niet eens zo heel lelijk. Perfect dus.
Ik zat ook erg omhoog, had niet veel tijd en moest dus slagen. Drie jaar geleden woonde ik namelijk in Italie waar vrouwen zonder uitzondering cup AA hebben en bovendien vaak tot op hoge leeftijd het figuur van een meisje van zestien weten te behouden. Daar een badpak proberen te vinden, leek me onmogelijk en heb dan ook maar niet geprobeerd
In Engeland, waar ik vijf jaar geleden woonde, kon ik trouwens wel fijn badpakshoppen. Vooral toen ik eenmaal doorkreeg hoe de Engelse maten werken. Vergeleken bij veel Engelse vrouwen, was ik zeer bescheiden van omvang, waardoor shoppen, zelfs als er een badpak moest worden aangeschaft, erg feel good was. Ik kocht er een fijne tankini, in zwart met mintgroen, die eigenlijk deze zomer wel weer hip zou zijn, ware het niet dat je er inmiddels doorheen kijkt. Inderdaad, ik heb 'm nog. Altijd leuk om af en toe nog eens naar te kijken.
Nu in Zwitserland heb ik het probleem dat ik eigenlijk geen enkele winkel weet, waar ik eens zou kunnen gaan neuzen. Bovendien zijn badpakken anno 2013 heel erg uit de mode. Het is enkel bikini wat de klok slaat tegenwoordig. En met bikini's heb ik echt helemaal niks. Als je zo bleek bent als ik, levert een bikini alleen maar extra zonnebrandstress op. Bovendien, een duik in het water en je kunt de helft van je bikini van de bodem proberen op te vissen.
Nou hou ik nogal van ik nogal van internetshoppen  - en dan vooral van winkelmandjes vullen, die ik dan uiteindelijk niet bestel  - maar online een badpak uitzoeken heb ik tot nog toe niet aangedurfd. Maar daar gaat nu verandering in komen. Model Veronica, in donker turquoise, is naar mij onderweg.   Nu maar hopen dat ie past.
Mocht je van de zomer aan het meer van Zurich een rood verbrand vrouwspersoon in een lubberend vaal roze, of een nogal doorschijnend zwart en mintgroen badpak spotten, dan is het dus niet gelukt. In dat geval tref je me volgend voorjaar ongetwijfeld met schuim om de lippen bij de Hunkemoller aan.

Thursday, 11 April 2013

Hoera!, april 2013


Nooit gedacht zo blij te kunnen worden van het woordje 'toegelaten'. Maar vandaag kan de vlag uit. Mijn oudste is ingeloot op de middelbare school van zijn keuze.

Geen prestatie van formaat natuurlijk. Zelfs niet eens een klein beetje goed gedaan. Toch ben ik ongelooflijk trots op mijn kind. Dat heeft ie dan toch maar weer mooi geflikt. Held.
Zelf was hij ook erg tevreden met het feit dat een of andere belangrijke meneer zijn naam uit een hoge hoed heeft weten te vissen. En fijn is het zeker. Pfff. Een plan B hadden we ook eigenlijk niet.
Het is gelukkig niet voor niets geweest dat W. en ik met de oudste in Nederland op drie verschillende middelbare scholen hebben rondgekeken. Tenminste dat dacht onze zoon dat we aan het doen waren. Eigenlijk was het natuurlijk een perfecte manier om de scholen te laten horen hoe goed zijn Nederlands is. Dat breng je op papier toch niet zo gemakkelijk over.
Vanuit het gezichtspunt van de scholen is het trouwens nog niet zo vanzelfsprekend om een kind aan te nemen, dat nog nooit in Nederland naar school is geweest, alles wat hij weet in het Engels heeft geleerd en ook nog eens geen Cito eindtoets heeft gemaakt. Maar met een IQ test op zak en een ontwapende glimlach kom je echter ook een heel eind, zo is nu gebleken. Bovendien was de aardige meneer op de school die we allemaal zo leuk vonden, creatief genoeg om te bedenken dat onze zoon in de brugklas misschien wel wat Engelse lessen kan missen om in die tijd extra Nederlands te doen. Goed idee.
Niet dat we daar niet al jaren mee bezig zijn. Als moeder (en neerlandica) heb ik er hier thuis behoorlijk de wind onder wat betreft Nederlands leren. Onder het motto 'later zullen ze me dankbaar zijn', ben ik net weer aan een nieuw project begonnen. Drie CD roms, uitgebracht door Cito, met daarop de gehele Nederlandse spelling. Zuchtend en mij inwendig (en vaak ook hardop) vervloekend moeten beide kinderen een paar keer per week achter de computer om serietjes oersaaie spellingsopdrachten te doen. Tot overmaat van ramp is de toon van het programma afgestemd op het gevoel voor humor van een gemiddelde zevenjarige. Het werkt inmiddels zelfs mij op de zenuwen.
Nog een week of achttien moeten de kinderen door ploeteren. Dan kunnen ze naar hun nieuwe scholen in Nederland om daar onder de deskundige leiding van iemand anders aan hun Nederlands te werken. Kan ik gelukkig weer gewoon hun moeder zijn.